Seksueel geweld: De taboes, de gevolgen en het belang van hulpverlening

Iva Bicanic

Seksueel geweld: De taboes, de gevolgen en het belang van hulpverlening

Seksueel geweld: De taboes, de gevolgen en het belang van hulpverlening 1600 1066 Max Berendsen

Ondanks het feit dat de maatschappij zich langzaam ontdoet van de vooroordelen omtrent seksueel geweld zoals dat slachtoffers ‘het aan konden zien komen’ vanwege het dragen van zogenaamde ‘provocatieve’ kleding of dat mannen zogenaamd geen slachtoffer kunnen zijn van seksueel geweld, blijven bepaalde taboes vandaag de dag nog steeds overeind. Veel slachtoffers van seksueel geweld leven vaak met een angst dat anderen hen wellicht zouden kunnen beschuldigen, veroordelen of aan hun verhaal zouden kunnen twijfelen. Deze angst maakt het voor slachtoffers erg moeilijk om naar voren te komen met hun verhaal en er zo voor te zorgen dat de dader gestraft wordt. Daarnaast maakt deze angst het voor slachtoffers ook moeilijker om zelf hulp te zoeken.

Eenieder die claimt dat seksueel geweld niet traumatiserend zou zijn, slaat de plank faliekant mis: slachtoffers raken vaak in een depressie, ondervinden angst, traumatiserende flashbacks, schuldgevoelens en verliezen daarbij ook vaak het gevoel van controle over zichzelf en hun leven. Het is om die reden van het allergrootste belang dat slachtoffers een effectieve manier wordt geboden om hun trauma te verwerken en hun leven weer op de rails te krijgen. 

Een van de meest prominente publieke personen die zich hiervoor inzet is Iva Bicanic. In haar studententijd aan de VU begon mevrouw Bicanic zich geïnspireerd te voelen om zich in te zetten voor slachtoffers van seksueel geweld. Vandaag de dag werkt mevrouw Bicanic als klinisch psycholoog en is tevens de nationaal coördinator voor het Centrum voor Seksueel Geweld en Hoofd Landelijk Psychotraumacentrum aan het UMC Utrecht. Ondanks deze indrukwekkende opsomming van functies geeft mevrouw Bicanic zelf nog steeds therapie aan slachtoffers van seksueel geweld. Het eerste Centrum voor Seksueel Geweld opende in 2012 haar deuren en sindsdien zijn er door heel Nederland 15 centra bij gekomen. Jaarlijks zich ongeveer 4 a 5000 slachtoffers met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar en waarvan 90% vrouw is.

Volgens mevrouw Bicanic is therapie nodig wanneer slachtoffers niet in staat zijn om zelf het trauma uit hun hoofd te krijgen. Ze legt hierbij de nadruk op dat slachtoffers zich daarom zo snel mogelijk moeten melden, het beste binnen een week nadat ze slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld. Dit geeft een grotere kans op herstel en voorkomt dat slachtoffers zichzelf martelen met traumatische gedachten en denkbeelden.

De cijfers omtrent seksueel geweld (beschikbaar gesteld door Iva Bicanic en het Centrum voor Seksueel Geweld) zijn zeer relevant voor studenten. Met een gemiddelde leeftijd van 21 jaar onder slachtoffers van seksueel geweld, is het vrij duidelijk dat studenten binnen de risicogroep vallen. Dit wordt verder bevestigd door cijfers uit de Verenigde Staten die laten zien dat een kwart van de vrouwelijke studenten aldaar, het slachtoffer wordt van seksueel geweld tijdens hun studietijd. Tegelijkertijd deed slechts 26% van de slachtoffers aangifte (Cantor et al 2015). Dit geeft reden tot zorgwekkende vragen, zoals: Hoeveel slachtoffers lijden er aan PTSS? Is er wellicht een psychische gezondheidscrisis gaande waar we helemaal geen weet van hebben? 

De nadruk die mevrouw Bicanic legt op de toegankelijkheid van psychische hulp en het belang van therapie in het helpen van slachtoffers om hun trauma’s te overwinnen, benadrukt het belang van toegankelijkheid van psychische hulp op universiteiten. Bij 020 staan wij volledig achter de werkwijze van Iva Bicanic en het Centrum Seksueel Geweld. Wij streven ernaar om deze expertise te benutten op de UvA in de eerste plaats door er in de eerste plaats voor te zorgen dat de UvA de beschikking krijgt om op een adequate manier hulp te bieden aan studenten en personeel die te maken krijgen met seksueel geweld binnen en/of buiten de universiteit.

Een goed voorbeeld hiervan is dat wij ten eerste streven naar meer toegankelijkheid tot psychische zorg binnen de universiteit met een zo kort mogelijke wachttijd, maar ook willen wij zien dat er toegang is tot een psycholoog gespecialiseerd in seksueel geweld en gerelateerde materie die hier betrekking tot hebben. Verder is het ook van het allergrootste belang dat beschuldigingen van seksueel geweld op de universiteit serieus onderzocht worden en dat er garanties worden gegeven dat de universiteit adequate stappen zal zetten als het bewezen wordt geacht dat iemand zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel geweld.

De laatste stap die ik hier nog wil benadrukken, is het zaadje waaruit een glooiend veld van awareness kan ontkiemen: we moeten seksueel geweld in alle vormen zo veel mogelijk bespreekbaar maken. Dit artikel is de eerste stap die wij als 020 in deze richting willen zetten.

Als jij slachtoffer bent van seksueel geweld en op zoek bent naar hulp, bel dan alsjeblieft met het Centrum voor Seksueel Geweld op het nummer 0800-0188 of ga naar https://www.centrumseksueelgeweld.nl/ voor meer informatie. 

Bronnen:

Candor et al (2015) “ Report on the AAU Campus Climate Survey on Sexual Assault and Sexual Misconduct” Available at: https://www.aau.edu/sites/default/files/%40%20Files/Climate%20Survey/AAU_Campus_Climate_Survey_12_14_15.pdf


 Auteur: Max Berendsen

Editor: Dédé Kruisman